Skye: pech of geluk?

Geluk of pech?

Vorige week trokken we met Hiking Advisor naar het Schotse eiland Skye. We zouden er 7 dagen gepakt en gezakt een rondwandeling maken door de bergen. Nog voor het vertrek liet een pijn aan mijn linkerschouder zich gelden. Geen idee wat er de oorzaak van was en al evenmin wat het precies was. Bij aankomst in Skye lichtte ik meteen de tochtverantwoordelijke in. De eerste dag ging het nog prima. De tocht verliep normaal. Wel verschoten we van het goede weer. Voor dat weer wilden we gerust tekenen, zoals het spreekwoord luidt. Wanneer de schouder goed ingesnoerd zat, viel het allemaal heel goed mee. Een beetje stijf, meer niet.

’s Avonds hadden we amper onze tenten opgezet, of het weer kantelde abrupt. We kregen harde wind en vlagen regen. ’s Nachts kon maar één lighouding me wat ontspannen nachtrust bezorgen. ’s Morgens deed mijn schouder een pak meer pijn, maar het ging nog. Zeker ook tijdens het wandelen had ik er geen last van. Aanvankelijk toch niet, want na verloop van tijd begon het toch veel energie te vragen. Op een bepaald moment moesten anderen mij helpen om de rugzak deftig te omgorden, en verkleinde de bewegingsratio van mijn linkerarm enorm. Met zo’n schouder was het onverantwoord verder te gaan. Hoe meer de tijd vorderde, hoe minder goed het ging. Tot ik vaststelde dat ik op minder dan 50% van mijn normale energiepijl aan het wandelen was. Zodra er een uitwijkmogelijkheid was, zou ik die nemen. Omdat het weer voor iedereen nogal guur begon te worden, besloot de hele groep naar beneden te gaan en de volgende dag af te wachten. In de jeugdherberg was geen plaats meer, waardoor we de nacht in onze tenten moesten doorbrengen op het grasveld aan de baai. Ook deze nacht stak er een felle wind op en regende het ferm. Mijn schouder zat de dag nadien vaster dan ooit tevoren en deed pijn. Maar het schoudergewricht bewegen ging zonder probleem. We dachten aan problemen met de ligamenten.

Met drie deelnemers bleven we een extra nacht beneden, in de jeugdherberg. De warme douche ’s avonds deed goed en ik merkte dat het ook goed deed aan de schouder. Zou het dan gewoon serieuze verkramping zijn? Om de proef op de som te nemen, gaf mede-hiker Peter me pijnstillers en een verwarmende, ontspannende zalf. En oh ja, dat deed enorme deugd! Hoewel ik ’s nachts nog altijd maar in één lighouding comfort vond, heb ik wel geslapen. De dag erna kocht ik in de apotheek pijnstillers en een gelijkaardige zalf. Vanaf dan kreeg de schouder driemaal daags een behandeling van warm water en zalf. De tocht zat er voor mij weliswaar op, wat ik verdomd spijtig vond, maar doorgaan zou absoluut onverantwoord geweest zijn. Op het programma stonden immers een aantal passages waarvoor beide armen absoluut nodig waren. Als je dan op voorhand weet dat je beperkt bent, kan je het je groep niet aandoen koppig mee te gaan. Dat heet je verantwoordelijkheid opnemen. Tegenover jezelf en tegenover de groep. Het groepsbelang gaat altijd voor op zo’n tochten.

Met spijt in het hart zag ik de rest vertrekken. Uiteraard heb ik me de rest van de week niet verstopt. Integendeel, het werden dan maar dagwandelingen tot ergens 26 kilometer, zonder rugzak en telkens met een leuke tussenstop. In de jeugdherberg had ik het aangename gezelschap van een Schotse privégids, een Duitse dagwandelaar en een Engelse kerel op zoek naar mentale rust. Toegegeven, we hebben een goede tijd gehad samen. Veel gelachen en toch ook serieus gepraat. Ondertussen zat de groep in mijn hoofd: waar zouden ze zijn, welk plezier zouden ze aan het beleven zijn, enzovoort. Maar dan viel mijn gsm uit. Die deed niets meer.

Op de laatste dag, een vrijdag, nam ik dan de bus terug naar Inverness, waar we op zaterdag de vlucht naar Schiphol moesten nemen. Maar aangezien elke mogelijkheid tot contact met de rest van de groep weggevallen was, was het afwachten waar en wanneer we elkaar zouden weerzien. Om op zeker te spelen, begaf ik me naar de hostel. Gegarandeerd moest de rest daar verschijnen. Ik was er amper een half uur of daar waren ze!

Hun verhalen maakten indruk op me: storm, rukwinden alsof er een straaljager boven hun hoofden passeerde, mist, regen, “het zwaarste wat ik ooit heb meegemaakt”, “gogorra”, hard, vermoeiend, uitputtend, gevaarlijk, twee keer door rivieren moeten waden, geen plaats om de tenten recht te zetten, geen mogelijkheid om de haringen in de grond te steken, enzovoort enzovoort… Maar niemand gekwetst, en geen schade aan het materiaal. Iemand bevestigde: goed dat ge met uw schouder niet meegekomen bent, dat zou echt niet te doen geweest zijn. Doodop waren ze, onze avonturiers. Wandeldagen van 12 uur. Werken, tegen de wind en de regen in. Fier op zichzelf ook, en vooral ook onder de indruk van het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen en van de tochtverantwoordelijke in het bijzonder. Respect voor elkaars moed en volharding. En respect voor mijn pech.

Maar heb ik nu pech gehad, of geluk. Stel je voor dat ik wel was meegegaan. Uit ego, uit “ach, het zal wel gaan” of uit welke reden dan ook. Hoe zou het dan verlopen zijn? Met mezelf, en met de groep uiteraard. Dat zullen we nooit weten, maar als ik de verhalen zo hoorde, dacht ik “jee, heb ik geluk gehad dat ik zo verstandig geweest ben af te haken met die schouder, hoe jammer ik het verder ook vind”.

Pech en geluk. Het leunt dicht bij elkaar aan. In pech zit de kiem voor geluk en in geluk zit de kiem voor pech. Wanneer het ene zijn uiterste bereikt, slaat het om in zijn tegendeel. Dat is yin en yang.